Onderweg naar de snackbar schoot mijn overbuurvrouw me aan. Ze vroeg “Je weet het nog niet he?” Er kroop een gevoel van onbehagen in me omhoog. “Oh” antwoordde ik, “Is meneer Visser overleden?” Hij lag al een week in het ziekenhuis en had besloten dat het wel welletjes was geweest. Hij was 86 jaar, gangmaker van de straat en als de zon schijnt altijd te vinden op het bankje voor de deur. Iedereen in de buurt kende hem, want hij is geboren, opgegroeid, getrouwd en gestorven in dezelfde straat.

Je hoort maar zelden dat mensen hun leven lang in dezelfde straat wonen. Hij woonde er als kind, man, vader en opa. Als ik naar mezelf kijk zie ik meteen een groot verschil. Ik ben al zeven keer verhuisd, binnen dezelfde stad, dat wel. Meneer Visser heeft zelfs als kind de oorlog meegemaakt in deze straat. Dan haalde hij op een  fiets met houten banden melk voor het gezin. Op de bon ging dat. Je moest wel uitkijken voor de Duitsers, zij liepen met bajonet rond. “Mijn buurjongen hebben ze in een keer in het been gestoken!”, riep meneer Visser dan uit.

Maar het liefst praatte hij over zijn werk van vroeger. Trots en met stralende ogen vertelde hoe hij als gewone arbeider het schopte tot manager van een fabriek tot hij werd afgekeurd. Zij rug begaf het al op 39-jarige leeftijd. Die fabriek lag zo’n 200 meter verderop. Zijn vrouw, mevrouw Visser voor straatbewoners, liet haar man altijd weten: “Laat dat kind toch met rust met die saaie verhalen.” En dan begon ze zelf ongeremd over vroeger te praten. Als het niet over vroeger ging, ging het wel over de buurt. Als er iets gaande is, dan waren ze er als de kippen bij. Dus ben je nieuwsgierig en wil je even roddelen? Dan ga je naar meneer en mevrouw Visser op nummer 2.

Ik vraag me af of meneer Visser wel eens buiten de stad is geweest en hoeveel hij überhaupt van Utrecht heeft gezien. Hij heeft namelijk in de stad zijn eigen dorp gecreëerd, een mooi gegeven vind ik. Morgen ga ik maar weer eens bij mevrouw Visser langs en dan kan ik het aan haar vragen.

Volg Levensblog